Slechte dingen — Waarom laat God ze toe?
Indien het Gods voornemen is een paradijsaarde tot stand te brengen, hoe komt het dan dat er thans zoveel goddeloosheid, lijden en verdriet op aarde is? Indien God almachtig is, waarom heeft hij deze toestanden dan al zo lang toegelaten? Is er hoop dat er aan al onze zorgen een eind zal komen? Wat zegt de bijbel?
De bijbel laat zien dat de ellende voor de mensheid begon toen een van de geestenzonen van God in opstand kwam tegen Jehovah’s soevereiniteit of heerschappij (Romeinen 1:20; Psalm 103:22, Engelse NW-Verwijsbijbel, vtn.). Ongetwijfeld behoorde deze engel tot degenen die zich hadden verheugd toen zij zagen hoe de mens geschapen werd. Maar vervolgens schoten hebzucht en trots wortel in zijn hart en werd hij meegetrokken door het verlangen dat Adam en Eva hem zouden aanbidden in plaats van hun Schepper, Jehovah. Deze engel sprak via een slang, ongeveer zoals een buikspreker via een pop spreekt, en hij verleidde Eva ertoe ongehoorzaam te worden aan de Almachtige God. Daarna volgde haar man Adam haar door ook ongehoorzaam te worden. — Genesis 2:15-17; 3:1-6; Jakobus 1:14, 15.
Die opstandige engel kwam als „de oorspronkelijke slang” bekend te staan (Openbaring 12:9; 2 Korinthiërs 11:3). Hij wordt ook Satan genoemd, wat „Tegenstander” betekent, en Duivel, wat „Lasteraar” betekent. Hij trok de juistheid en rechtmatigheid van Jehovah’s heerschappij over de aarde in twijfel, en hij daagde God uit door te zeggen dat hij, Satan, de gehele mensheid nu van de ware aanbidding af kon brengen. God heeft Satan zo’n zesduizend jaar de tijd gegeven om te trachten zijn uitdaging waar te maken, opdat de strijdvraag inzake Jehovah’s soevereiniteit tot in alle eeuwigheid beslecht zou worden. Menselijke heerschappij, onafhankelijk van God, heeft hopeloos gefaald. Maar godvruchtige mannen en vrouwen, van wie Jezus het treffendste voorbeeld is, hebben ondanks de zwaarste beproevingen hun rechtschapenheid jegens God bewaard, waardoor zij Jehovah hebben gerechtvaardigd en de Duivel tot een leugenaar hebben gemaakt (Lukas 4:1-13; Job 1:7-12; 2:1-6; 27:5). Ook u kunt uw rechtschapenheid bewaren (Spreuken 27:11). Maar Satan is niet de enige vijand die ons belaagt. Welke vijand is er nog meer?

Copyright © 2005 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania. All rights reserved.
|
|