De bijbel — een oosters boek
In tegenstelling tot wat men veelal denkt, is de bijbel geen produkt van de westerse beschaving, noch wordt deze beschaving erin verheerlijkt. Bijna de gehele bijbel werd in oosterse landen geschreven, terwijl de schrijvers ervan allen oosterlingen waren. Duizend jaar vóór Boeddha, in 1513 v.G.T., werd Mozes, die in het Midden-Oosten woonde, door God geïnspireerd om het eerste boek van de bijbel, Genesis genaamd, te schrijven. Vanaf dit begin houdt de bijbel tot op het laatste boek, de Openbaring, vast aan één harmonieus thema. De bijbel werd in 98 G.T., ongeveer zeshonderd jaar na Boeddha, voltooid. Wist u dat de bijbel uit 66 verschillende boeken bestaat? Ja, de bijbel is een bibliotheek op zichzelf!
Sedert Mozes’ tijd hebben dan ook in de loop van 1600 jaar zo’n 40 mannen een aandeel gehad aan het schrijven van het harmonieuze bijbelse verslag. Zij getuigen dat hun geschriften door een veel hogere macht dan de sterfelijke mens werden geïnspireerd. De christelijke apostel Paulus schreef: „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig om te onderwijzen, terecht te wijzen, dingen recht te zetten, streng te onderrichten in rechtvaardigheid”* (2 Timótheüs 3:16). En de apostel Petrus verklaarde: „Geen profetie der Schrift [ontstaat] door enige eigen uitlegging . . . Want nooit werd profetie door de wil van een mens voortgebracht, maar mensen hebben van Godswege gesproken zoals zij door heilige geest werden meegevoerd.” — 2 Petrus 1:20, 21; 2 Samuël 23:2; Lukas 1:70.
De wijze waarop de bijbel tot op deze tijd is overgeleverd, is eveneens zeer opmerkelijk. Duizenden jaren lang, totdat ongeveer vijfhonderd jaar geleden de boekdrukkunst werd uitgevonden, moesten afschriften van de bijbel met de hand worden gemaakt. Van geen enkel ander literair werk uit de oudheid werden zo naarstig en telkens opnieuw afschriften gemaakt. Hij werd keer op keer overgeschreven, maar dit geschiedde altijd met grote zorg. De afschrijvers hebben slechts een paar onbelangrijke fouten gemaakt, en door afschriften met elkaar te vergelijken, heeft men kunnen vaststellen hoe de oorspronkelijke door God geïnspireerde tekst eruit heeft gezien. Een vooraanstaande autoriteit op het gebied van bijbelhandschriften, Sir Frederic Kenyon, zegt: „De laatste grondslag voor enige twijfel of de Geschriften ons in hoofdzaak zo hebben bereikt als ze werden geschreven, is nu weggenomen.” Tegenwoordig bestaan er nog ongeveer 16.000 met de hand geschreven afschriften van de bijbel of gedeelten van de bijbel, waarvan sommige zelfs nog uit de tweede eeuw voor Christus dateren. Bovendien zijn er vanuit het Hebreeuws, het Aramees en het Grieks, de talen waarin de bijbel oorspronkelijk werd geschreven, nauwkeurige vertalingen in bijna alle talen der aarde gemaakt.
Sommigen hebben getracht de bijbel in diskrediet te brengen door te beweren dat hij onnauwkeurig is. In de afgelopen jaren hebben archeologen echter de ruïnes van oude steden in bijbelse landen afgegraven en inscripties en nog ander bewijsmateriaal gevonden waardoor onweerlegbaar wordt bewezen dat de personen en plaatsen die zelfs in de oudste bijbelse verslagen worden genoemd, werkelijk hebben bestaan. Zij hebben veel bewijsmateriaal blootgelegd waaruit op te maken valt dat er een wereldomvattende vloed is geweest, die volgens de bijbel ruim vierduizend jaar geleden, in Noachs dagen, heeft plaatsgevonden. In dit verband verklaarde prins Mikasa, een bekende archeoloog: „Is er werkelijk een Vloed geweest? . . . Het feit dat de vloed werkelijk heeft plaatsgevonden, is overtuigend bewezen.”#
* Tenzij anders aangegeven, zijn de in deze publikatie aangehaalde schriftplaatsen genomen uit de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift, uitgave 1986.
# Monarchs and Tombs and Peoples — The Dawn of the Orient, bladzijde 25.

Copyright © 2005 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania. All rights reserved.
|
|