![]() |
Vindt u geluk en zekerheid in |
|
In deze serie:
Verwant onderwerp: |
Hoe ontwikkelt u een
|
||||||
![]() |
| Werk in evenwicht brengen met geestelijke activiteiten en ontspanning schenkt voldoening |
Door tot zo’n evenwichtige zienswijze aan te moedigen, hecht de bijbel geen goedkeuring aan luiheid (Spreuken 20:4). Luiheid berooft ons van zelfrespect en van het respect dat anderen wellicht voor ons hebben. Wat nog erger is, ze is schadelijk voor onze band met God. De bijbel zegt ronduit dat wie weigert te werken, het niet verdient op kosten van anderen te eten (2 Thessalonicenzen 3:10). Hij dient veeleer zijn gedrag te veranderen en zich in te spannen, om aldus op een eervolle manier in de behoeften van zichzelf en degenen die van hem afhankelijk zijn, te voorzien. Door hard te werken zal hij misschien zelfs personen kunnen helpen die werkelijk behoeftig zijn — een handelwijze waartoe Gods Woord aanmoedigt. — Spreuken 21:25, 26; Efeziërs 4:28.
Goede werkgewoonten komen iemand niet aanwaaien; ze worden vroeg in het leven aangeleerd. De bijbel spoort ouders daarom aan: „Leid een knaap [of meisje] op overeenkomstig de weg voor hem; ook als hij oud wordt, zal hij er niet van afwijken” (Spreuken 22:6). Verstandige ouders zullen niet alleen zelf een goed voorbeeld geven als werkers, maar zullen hun kinderen al vroeg taken in en om het huis geven die bij hun leeftijd passen. Ook al staan sommige karweitjes kinderen vaak helemaal niet aan, ze zullen zich als gewaardeerde gezinsleden gaan zien — vooral als mama en papa hun een complimentje geven voor een goed verrichte taak. Helaas doen sommige ouders praktisch alles voor hun kinderen, misschien uit misplaatste goedheid. Zulke ouders zouden er goed aan doen over Spreuken 29:21 na te denken, waar staat: „Indien men zijn knecht [of kind] van jongs af verwent, zal hij in zijn latere leven zelfs een ondankbare worden.”
Gewetensvolle ouders zullen zich ook intens interesseren voor het onderwijs dat hun kinderen ontvangen en zullen hen aanmoedigen op school hun best te doen. Dit kan jongeren later goed van pas komen als ze aan het arbeidsproces gaan deelnemen.
Hoewel Gods Woord ons niet vertelt wat voor werk we moeten verrichten, geeft het ons wel voortreffelijke richtlijnen opdat onze geestelijke vooruitgang, dienst voor God en andere belangrijke verantwoordelijkheden niet in gevaar komen. De apostel Paulus schreef bijvoorbeeld: „De overgebleven tijd is kort geworden. Laten voortaan zij . . . die van de wereld gebruik maken, [zijn] als zij die er niet ten volle gebruik van maken; want het toneel van deze wereld is bezig te veranderen” (1 Korinthiërs 7:29-31). In het huidige samenstel van dingen is niets blijvend of volledig stabiel. Al onze tijd en energie eraan geven, is als alle spaargeld dat we in de loop van ons hele leven opzij hebben gelegd, te investeren in de bouw van een huis in een overstromingsgebied. Wat een dwaze investering!
Andere bijbelvertalingen geven de uitdrukking „er niet ten volle gebruik van maken” weer met „zich er niet door in beslag laten nemen” en „er niet geheel in opgaan” (The Jerusalem Bible; Today’s English Version). Verstandige mensen verliezen nooit uit het oog dat de tijd voor het huidige samenstel ’kort is geworden’ en dat zich er „door in beslag laten nemen” of er „geheel in opgaan” onvermijdelijk tot teleurstelling en verdriet zal leiden. — 1 Johannes 2:15-17.
Jehovah kent onze behoeften nog beter dan wijzelf. Hij weet ook hoever we ons met betrekking tot de vervulling van zijn voornemen in de stroom des tijds bevinden. Daarom vermaant hij ons: „Laat uw levenswijze vrij zijn van de liefde voor geld, en weest tevreden met de tegenwoordige dingen. Want [God] heeft gezegd: ’Ik wil u geenszins in de steek laten noch u ooit verlaten’” (Hebreeën 13:5). Wat zijn die woorden vertroostend! In navolging van Gods liefdevolle bezorgdheid voor zijn volk gebruikte Jezus een groot gedeelte van zijn beroemde Bergrede om zijn discipelen te leren de juiste kijk op werk en materiële dingen te hebben. — Mattheüs 6:19-33.
Jehovah’s Getuigen doen hun best om zich aan die leringen te houden. Toen bijvoorbeeld een werkgever aan een Getuige, een elektromonteur, vroeg geregeld over te werken, weigerde de werknemer dit beleefd. Waarom? Omdat hij niet wilde dat zijn werk beslag zou leggen op de tijd die hij aan zijn gezin en aan geestelijke zaken besteedde. Aangezien hij een uitstekende en betrouwbare kracht was, respecteerde zijn werkgever zijn wensen. Natuurlijk lopen de dingen niet altijd zo af en zal iemand wellicht ander werk moeten zoeken om een evenwichtige levensstijl te kunnen handhaven. Toch merken degenen die zich volledig op Jehovah verlaten gewoonlijk dat ze door hun goede gedrag en werkethiek de gunst van hun werkgever winnen. — Spreuken 3:5, 6.
„Zeer gewild”
|
In het huidige, onvolmaakte samenstel van dingen zullen werk en werkgelegenheid nooit zonder problemen en onzekerheden zijn. De situatie kan zelfs erger worden naarmate de wereld onstabieler wordt en economieën fluctueren of zelfs instorten. Deze situatie is echter tijdelijk. Binnenkort zal niemand zonder werk zijn. Bovendien zal alle werk echt boeiend en lonend zijn. Hoe is dat mogelijk? Waardoor zal zo’n verandering tot stand gebracht worden?
Via zijn profeet Jesaja wees Jehovah naar zo’n tijd vooruit. „Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde”, zei Jehovah, „en de vroegere dingen zullen niet in de geest worden teruggeroepen, noch zullen ze in het hart opkomen” (Jesaja 65:17). Hij sprak over een nieuwe regering die hij in het leven zou roepen en waaronder een totaal nieuwe en andere mensenmaatschappij een realiteit zal worden. — Daniël 2:44.
Over de manier waarop mensen dan zullen leven en werken, vervolgt de profetie: „Zij zullen stellig huizen bouwen en bewonen, en zij zullen stellig wijngaarden planten en hun vrucht eten. Zij zullen niet bouwen en iemand anders het bewonen; zij zullen niet planten en iemand anders ervan eten. Want als de dagen van een boom zullen de dagen van mijn volk zijn, en het werk van hun eigen handen zullen mijn uitverkorenen geheel verbruiken. Zij zullen niet voor niets zwoegen, noch zullen zij baren tot ontsteltenis, want zij zijn het nageslacht bestaande uit de gezegenden van Jehovah, en hun nakomelingen met hen.” — Jesaja 65:21-23.
Wat zal die door God ontworpen nieuwe wereld er anders uitzien! Wilt u niet in zo’n wereld leven, een wereld waarin u ’niet voor niets zult zwoegen’ maar volledig van de „vrucht” van uw arbeid zult genieten? Merk echter op wie zich in zulke zegeningen zullen verheugen: „Zij zijn het nageslacht bestaande uit de gezegenden van Jehovah.” U kunt een van die „gezegenden” zijn door Jehovah te leren kennen en aan zijn vereisten te voldoen. Jezus zei: „Dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God, en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus” (Johannes 17:3). Jehovah’s Getuigen zullen u er graag bij helpen die levengevende kennis te verkrijgen door middel van een systematische studie van Gods Woord, de bijbel.

Verschenen in De Wachttoren van 1 februari 2003 |